DECEMBER

Oppervlakteberging: nieuwe vooruitgang

Oppervlakteberging: nieuwe vooruitgang

De voorbereiding van het bergingsproject voor het afval van categorie A gaat verder. Hieronder volgt een kort overzicht van de belangrijkste vorderingenvan het jaar.

 

Inkapselingsmortel

Voordat de vaten met radioactief afval in een oppervlaktebergingsinstallatie kunnen worden geborgen, worden ze in een betonnen caisson geplaatst en in een speciale mortel ingekapseld. Zo verkrijgt men een zogenaamde ‘monoliet’: een zeer bestendig, makkelijk te hanteren betonnen blok, waarmee zeer stabiele stapels kunnen worden gebouwd. Het zorgt voor een radiologische afscherming, een ondoorlatendheid en een chemische bescherming van het radioactieve afval op lange termijn.

 

De studies over de bepaling van de eindsamenstelling van speciale inkapselingsmortel zijn afgerond. De betonneringstesten op ware grootte met deze eindsamenstelling waren een succes. Het mengsel gedraagt zich zoals gewenst bij de plaatsing. Zijn fysieke kenmerken (porositeit en mechanische weerstand) na het uitharden voldoen perfect aan de verwachtingen.

 

 

 Communicatiecentrum Tabloo

Het toekomstige communicatiecentrum Tabloo (Esperanto voor ‘tafel’) in Dessel vormt het speerpunt van de communicatie over het beheer van radioactief afval en de ruimere context ervan. Tabloo zal worden gevestigd in de nabijheid van de bergingsinstallatie. De bouwvergunning werd uitgereikt op 4 mei 2016. 

 

Het communicatiecentrum, dat zich in het midden van een landschapspark bevindt, zal de speerpunt van het communicatieparcours Tabloo vormen.

 

Verdediging van het veiligheidsdossier

 Op 31 december 2016 was meer dan de helft van de 298 vragen van het FANC definitief goedgekeurd door de veiligheidsoverheid.

 

De Verenigde Staten hebben belangstelling voor onze projecten

In juni ontving NIRAS een delegatie van de Nuclear Waste Technical Review Board op haar sites in Brussel en Dessel. Dit onafhankelijke adviesorgaan werd door het Amerikaanse congres aangesteld om de activiteiten van het Department of Energy (DOE) op te volgen.

 

Het doel van dit bezoek was informatie in te winnen over de manier waarop radioactief afval in België wordt beheerd. In Dessel heeft de delegatie kunnen praten met de Desselse burgemeester en enkele vertegenwoordigers van de partnerschappen STORA en MONA.

Ze toonde bijzonder veel interesse voor de manier waarop NIRAS en de lokale bevolkingen het oppervlaktebergingsproject in nauwe samenwerking beheren. In Mol hebben onze Amerikaanse gasten ook het ondergrondse laboratorium HADES bezocht, waar zij een uiteenzetting kregen over het onderzoek dat er wordt uitgevoerd in het kader van het Belgische programma voor de geologische berging van hoogactief afval.